Gotisch
Men gaat ervan uit dat de gotiek in de 12e eeuw is ontstaan, in het Île-de-France en Picardië, aangekondigd door de werkzaamheden uit die tijd in de abdijkerk van Saint-Denis. Deze revolutie in de architectuur werd met name gekenmerkt door de toepassing van kruisribgewelven, openingen van muren en glas-in-loodkunst.
De gotiek profileerde zich als een kunst van bouwen en licht. Een soortgelijke beweging ontwikkelde zich in de Maasvallei (in het huidige België), die wordt gekenmerkt door een breuk met de romaanse vormen.
Kunstenaars zochten naar meer natuurlijke proporties en houdingen voor menselijke voorstellingen, en geometrische en symmetrische harmonie in hun composities.
In slechts vijftig jaar tijd, van omstreeks 1150 tot de jaren 1200, ontwikkelde zich in heel Europa eenzelfde kunstvorm die voortbouwde op de vernieuwde gotische beeldhouwkunst uit het Île-de-France en de vaardige, evenwichtige, verfijnde kunst uit de regio Luik.
De term ‘gotisch’ is van latere datum dan de beweging die hij aanduidt.
Dit woord bestond nog niet in de tijd van de kathedralenbouwers waarmee het wordt geassocieerd. Het verscheen in de 16e eeuw, tijdens de Italiaanse Renaissance, om de middeleeuwse kunst te benoemen. Rafaël (1483-1520) en Vasari (1511-1574) gebruikten het, met een aanvankelijk negatieve bijklank. Omdat deze kunst geen verwijzingen naar de oudheid zou bevatten, werd ze aangeduid als ‘gotisch’, als verwijzing naar de ‘Goten’ die als ‘barbaren’ werden beschouwd. Dit Germaanse volk uit de gebieden rond de huidige Baltische staten, werd geassocieerd met het verval van het Romeinse Rijk, gekenmerkt door de verovering van Rome door de Visigoten in 410. Het duurde enkele eeuwen voordat de betekenis van het woord overging van kritiek naar bewondering. Gotiek, barok, impressionisme en fauvisme: bewegingen die aanvankelijk worden bekritiseerd, komen later soms hoog in het vaandel van de kunstgeschiedenis te staan.
Griffioenen, draken en waterspuwers: een bestiarium van monsters en fabelwezens leeft in de laatmiddeleeuwse gotische kunst. Ze geven uitdrukking aan dromen en gestalte aan angsten. Kunstenaars creëerden denkbeeldige, hybride wezens met elementen uit de echte fauna (kikkerpoten, vogelsnavels en -vleugels, scherpe tanden, enz.). Dit was voor schilders, verluchters, ivoorsnijders, edelsmeden en beeldhouwers een manier om hun virtuositeit te tonen. Hoewel de waterspuwers in de gotische architectuur in de eerste plaats functioneel waren (regenwaterafvoer van de daken), vormen ze tevens een repertoire van vreemde wezens die passen in de middeleeuwse organisatie: ze bevinden zich aan de randen en op minder zichtbare plaatsen.
In de 19e eeuw waren er alleen nog maar resten van de middeleeuwse waterspuwers van de Notre-Dame van Parijs over. De architect Eugène Viollet-le-Duc, op zoek naar modellen om te kopiëren en geïnspireerd door de waterspuwers die Victor Hugo beschreef in De klokkenluider van de Notre-Dame (1831), tekende zijn eigen ’grijnzende monsters hangend over de leegte’.
Tegenwoordig komt het motief van de waterspuwer nog steeds voor in films, fantasy en
stripverhalen, zoals in Gotham City van Batman.
In de 19e eeuw werd men zich in Europa en Frankrijk bewust van de begrippen monument en monumentenzorg. Een grote restauratiegolf vond plaats over het hele continent, met de wederopbouw van het Paleis van Westminster in Londen in Engeland (jaren 1840 – jaren 1870) en de voltooiing van de kathedraal van Keulen in Duitsland (1842-1880).
In Frankrijk vroeg Victor Hugo al snel om een wet ter bescherming van belangrijke historische gebouwen. De schrijver Prosper Mérimée, toenmalig hoofdinspecteur bij Monumentenzorg, gaf de aanzet tot de restauratie van de kathedraal Notre-Dame van Parijs. De architecten Jean-Baptiste-Lassus en Eugène Viollet-le-Duc kregen daartoe opdracht. De terugkeer in de 19e eeuw van de voorliefde voor gotische kunst, ook wel ‘neogotiek’ genoemd, is nauw verbonden met zijn persoon, die aan de basis stond van de beroemde torenspits, die hij opnieuw uitvond.
De creatieve impuls die deze omvangrijke projecten begeleidde, kwam in alle kunsten tot uiting. Schilders, schrijvers en toneelspelers maakten van de gotiek een romantiek: kwelling en storm, verhevigde gevoelens en ruïnes vulden elkaar aan.
In de 19e eeuw markeerde een andere beweging het ontstaan van onze moderne samenleving: de industriële revolutie.
In het Victoriaanse Engeland (1837-1901) stond de Gothic Revival een terugkeer naar de legendarische middeleeuwen voor, in reactie op het overheersende classicisme. Met de opkomst van de internationale handel verspreidde de gotiek zich over de wereld, zich vermengend met plaatselijke kunst. Gotiek en moderniteit ontmoetten elkaar.
De middeleeuwse zoektocht naar hoogte inspireerde de verticaliteit van de wolkenkrabbers in de Verenigde Staten.
De tentoonstelling gaat op zoek naar de eerste grote ‘goth’- figuren uit de geschiedenis. Deze literaire en artistieke figuren behoren tot de inspiratiebronnen van de gothic-cultuur, waaruit veel hedendaagse kunstenaars putten.
Allereerst noemen wij Sarah Bernhardt, een van de beroemdste Franse toneelspeelsters uit haar tijd. In het theater speelde zij rollen van de grootste toneelschrijvers en zij reisde de hele wereld rond. Haar voorliefde voor het extravagante bleek uit de opeenstapeling van allerlei voorwerpen die haar appartementen sierden: een doodskist, een schedel en exotische voorwerpen in een interieur waarvan de muren bedekt waren met wandkleden met geborduurde vleermuismotieven.
Ook Edgar Allan Poe (1809-1849) en Charles Baudelaire (1821-1867) speelden een rol. Eerstgenoemde belichaamt de Amerikaanse literatuur die onder invloed van de Engelse gotische roman veel aandacht besteedde aan het bovennatuurlijke en het horrorgenre. Baudelaire’s werk werd beïnvloed door de zwarte romantiek, van Les Fleurs du Mal (1857) tot Le Spleen de Paris (1869). Hij vertaalde overigens twee van Poe’s verhalenbundels: Histoires extraordinaires en Nouvelles Histoires extraordinaires.
De combinatie van poëzie en donkere romantiek maken deel uit van de literaire invloeden van zangeres Mylène Farmer. Met haar tweede album, Ainsi soit je… (1988) bracht zij in het nummer Allan een eerbetoon aan Poe en zijn novelle Ligeia (1837), en zette zij Baudelaire’s gedicht L’Horloge, een ode aan het verstrijken van de tijd en de onvermijdelijke dood, op muziek. Het kondigde Mylène Farmers’ spleen en melancholie aan, en ook haar dandyachtige kant. Het decor van haar laatste tournee bestond uit een achtergrond met een gotisch gebouw.
De werken van talrijke hedendaagse kunstenaars putten uit dit erfgoed: we vinden de invloeden ervan in de tentoonstelling terug bij Agathe Pitié, Stan Manoukian en Benjamin Lacombe, die onder meer Les Contes Macabres van Edgar Allan Poe illustreerde.
Wat de 19e eeuw van de gotische kunst heeft onthouden, bepaalt grotendeels de hedendaagse definitie ervan. Vanaf de 18e en 19e eeuw ontwikkelde zich namelijk een donkere, duistere esthetiek, geïnspireerd door gotische ruïnes. Deze ‘zwarte gotiek’, een referentiepunt voor de hedendaagse gothic cultuur, verscheen met de Engelse gotische roman, met name Mary Shelley’s Frankenstein. In de geest van de zwarte romantiek werd de gotiek een subversieve kunst, een kunst van de nacht. Het is opmerkelijk dat in de 18e en 19e eeuw de zwarte gotiek en de kleurrijke neogotiek naast elkaar bestonden.
Deze hedendaagse visie op de gotiek staat in schril contrast met de middeleeuwse gotiek, die geassocieerd wordt met een kleurrijke kunst, met glas-in-loodramen en beschilderde en vergulde sculpturen. Toch speelde deze kunst in die tijd al met zwartwit contrasten. In de 14e en 15e eeuw werden in sommige prestigieuze graven van marmer en donker steen, zwart en wit naast elkaar gebruikt. In de noordelijke regio’s komt de zeer donkergrijze, Doornikse steen voor die, eenmaal gepolijst, zwart wordt. Wanneer de overledenen liggend zijn afgebeeld, spreekt men van ‘ligbeelden’ en als zij als lijk zijn afgebeeld, van ‘transi’s’. Ook deze beelden in religieuze gebouwen dragen bij aan de donkere, macabere voorstelling die men sinds de 18e eeuw van de gotiek heeft.
De gotische kunst was niet alleen een inspiratiebron voor uitzonderlijke kunstvormen maar gaf aan deze vormentaal een uniek, karakteristiek, herkenbaar vocabulaire, dat voldoende beeldend en gevarieerd was om door andere kunstenaars te worden overgenomen, vertoond of opnieuw uitgevonden. Zo ontstond een reeks gemeenschappelijke kenmerken die de gotiek van de 12e tot de 21e eeuw doorlopen en zich in elk tijdperk vernieuwen. De tentoonstelling onderscheidt drie hoofdkenmerken:
- Allereerst de technische en technologische krachttoeren, verricht vanaf het begin tot aan de wolkenkrabbers, en nog steeds door hedendaagse kunstenaars.
- Ten tweede het humanisme dat de creatieve impuls voedde, daar deze beweging de voorstelling van de mens en het menselijk potentieel centraal stelde.
- Ten slotte het bovennatuurlijke en de aanwezigheid van allegorische symbolen, met hun fabelwezens, monsters en waterspuwers uit de middeleeuwen. Deze dimensie inspireerde grote 19e-eeuwse architecten-restaurateurs als Viollet-le-Duc, en later 20e- en 21e-eeuwse kunstenaars, maar beïnvloedde ook stripverhalen, films, muziek en fantasy.
In de loop van de 20e eeuw lieten avantgardistische kunstenaars en makers van nieuwe popkunst zich inspireren door gotische motieven vanuit een Angelsaksische visie die als origineel werd beschouwd. In Frankrijk spreekt men vaak van zwarte romantiek en fantastiek. In 1939 verscheen het eerste stripverhaal over Batman, de gekwelde superheld uit Gotham City. Het woord ‘gotisch’ kreeg al snel een nieuwe betekenis. Het werd vaak afgekort tot ‘goth’ en was vanaf de jaren 70 synoniem voor subcultuur. In de muziek ontstonden punk, metal en dark wave, met een nieuwe sound en visuele stijl. Namen van groepen en tatoeagemotieven werden in gotisch schrift geschreven.
In fantasieromans, illustraties, stripverhalen, videogames, rollenspellen en bordspellen is de zwarte gotiek tegenwoordig weer sterk vertegenwoordigd, net als het mediëvalisme, gevoed door nieuwe invloeden, zowel pop als underground. Gezien het grote succes van de gotiek op dit moment, zijn deze referenties paradoxaal genoeg zowel specifiek als populair.
Dit ‘verlangen naar het duistere’ is veel meer dan een kleding- of esthetische mode: het is een levensstijl en een ethiek. Deze dimensie is tegelijkertijd intellectueel en collectief, met het succes van intergenerationele referenties als de films van Tim Burton of Wednesday Addams, een figuur uit de serie Wednesday. Deze successen weerspiegelen het feit dat de middeleeuwse gotiek ook een ‘totale’, in het dagelijks leven alomtegenwoordige kunstvorm was en tegenwoordig nog steeds een complexe en toegankelijke, monumentale en miniatuurkunst is, een wereld op zich.
De voorliefde voor de gotiek is nog steeds sterk aanwezig op de huidige jonge kunstscene, die verschillende facetten ervan aanhaalt. Enerzijds is er een donkere en subversieve gotiek, waarop kunstenares Émilie Pitoiset zich met haar spectraal silhouet in kledingsculpturen inspireert, en Jill Mulleady in haar schilderijen, met even angstaanjagende als aantrekkelijke waterspuwers. De ridder, de monnik, de vampier en de heks veranderen in nieuwe wezens. De gotiek is een actieve kracht die het mogelijk maakt om verschillende, soms vreemde verhalen te construeren, ver van de dominante modellen.
Andere kunstenaars combineren de middeleeuwse virtuositeit met een nieuwe technologische dimensie, zoals Wim Delvoye met zijn buitengewone gotische sculptuur-machines met flamboyante motieven, en modeontwerpster Iris Van Herpen met haar adembenemende kathedraaljurk, die put uit het Brabantse gotische repertoire dat duidelijk aanwezig is in Nederlandse en Belgische steden.
Bij veel kunstenaars van de jonge generatie zien we een fascinatie voor de middeleeuwen, die worden gezien als een emancipatorisch, nieuw artistiek en maatschappelijk model en als bron van ongelooflijke verbeelding, die zij verkennen en vernieuwen. Zo zijn er bijvoorbeeld gathe Pitié’s fresco’s, die onze tijd weergeven door met de precisie van miniatuurschilders tientallen figuren uit alle lagen van de bevolking samen te brengen, of Alison Flora’s roodkrijttekeningen, die op middeleeuwse decors taferelen tekent tussen tovenarij en magie.
De gotiek vervaagt de grenzen: tussen heilig en profaan, werkelijkheid en verbeelding, schoonheid en angst. In Malo Chapuy’s schilderijen fuseren de middeleeuwse met de industriële wereld, en Sacha Cambier de Montravel’s doeken tonen taferelen die het midden houden tussen feest en strijd. Van glas-in-lood tot tekening, van schilderkunst tot digitale kunst, de gotiek is een manier om ambivalentie tot uiting te brengen. Door uit deze taal te putten, activeren zij allen symbolische, visuele en mentale expressieve krachten waarmee de spanningen van ons verleden en ons heden opnieuw kunnen worden opgevoerd, om ten slotte over onze toekomst te spreken.
Hoe kunnen we deze steeds terugkerende aantrekkingskracht van de gotiek, die tegenwoordig nog steeds even sterk is, verklaren? In de jaren 2020 zijn de middeleeuwen nog nooit zo populair geweest bij het jonge publiek. Kunstenaars presenteren hunnerzijds vooral middeleeuwen die opnieuw bestudeerd zijn of door verbeelding gefilterd met onder andere video, televisie en digitale media.
De gotiek biedt een grenzeloze verbeelding en een manier om in te spelen op de fundamentele gevoelens van het leven, om de soms duistere kwellingen van de menselijke psyche te verwerken. Door met angsten te spelen er ermee te spotten, wordt het voor ieder mogelijk om het verontrustende te overstijgen en zijn verschillend- of anders-zijn, zijn schaduw- en lichtkant te aanvaarden.
Geconfronteerd met hedendaagse crises die worden gezien als een nieuwe apocalyps, grijpen 21e-eeuwse kunstenaars terug naar verbeelde middeleeuwen die, getekend door strijd, ook een inspiratiemodel vormen om anders te creëren en te leven. Het met de gotiek verkennen van de vervlogen, verduisterde wereld, is het aan de orde stellen van onze levenswijze met eigentijdse onzekerheden en problemen.
Deze kunst, die in de middeleeuwen die van licht en de kleur was, wordt tegenwoordig meer geassocieerd met een subversieve esthetiek, gekenmerkt door duisternis en een omgekeerde wereld. Gotische en neogotische kunst en architectuur, de gotische roman, het gotisch schrift, gothic films, gothic muziek, gothic cultuur, gothic mode, enz. Als de gotiek ons allemaal aanspreekt, dan is dat zeker omdat deze krachtige taal bij ieder van ons weerklank vindt, afhankelijk van onze eigen kennis. Dit zijn allemaal facetten die voortdurend ieders kijk op de gotiek nieuw leven inblazen en verrijken.
De scenografie van de tentoonstelling laat u ‘de gotiek beleven’
Na de entree met een knipoog naar de Notre-Dame van Parijs en haar roosvenster, volgt de route de plattegrond van een kathedraal met schip en zijbeuken. Architectuur, helderheid, kleuren: naarmate de route vordert, ziet u de kenmerken van de gotiek en hun ontwikkeling door de eeuwen heen. Een reeks spitsbogen markeert de opeenvolgende ruimten tot aan het kantelpunt, vergelijkbaar met het koor. De decoratie van de zalen gaat geleidelijk over in een zwart-wit esthetiek, die resoneert met de dualiteit en de rijkdom van deze beweging.
Stijlkamers en gotische werelden
In het midden van de tentoonstellingen kunt u thematische zijstappen zetten naar transchronologische ruimten. U kunt daar de rijke wereld van het schrift, de muziek en de dans bestuderen, maar ook de kleuren van de gotiek, waaronder zwart en wit, die tegenwoordig nog steeds onze verbeelding prikkelen.
In de stijlkamers kunnen bezoekers beurtelings twee interieurs bekijken die getuigen van het erfgoed en de vitaliteit van de gotiek. De eerste is een complete, uitzonderlijk goed bewaard gebleven, neogotische werkkamer, onlangs aangekocht door de musea van Straatsburg. De tweede is een moderne gotische woon- en slaapkamer, compleet met bibliotheek, muziek en kunstwerken, die werd gereconstrueerd met de hulp van twee inwoonsters, Christine en Thérèse, die beiden een gothic achtergrond hebben en betrokken zijn bij het organiseren van culturele gothic-evenementen in Hauts-de-France en België.
Amiens Hockey Elite
Amiens, Bibliothèques d’Amiens Métropole
Amiens, collection des musées d’Amiens
Amiens, Société des Antiquaires de Picardie
Arras, médiathèque municipale
Arras, musée des Beaux-Arts
Beauvais, Archives départementales de l’Oise
Beauvais, MUDO-Musée de l’Oise
BMC Douai
Cambrai, musée de Cambrai
Charenton-le-Pont, Médiathèque du patrimoine et de la photographie
Châtenay-Malabry, Maison de Chateaubriand, domaine départemental de la Vallée-aux-Loups, département des Hauts-de-Seine
Collection Jacquet
Collection Jean-Pâris Boidin
Collection de la Comédie-Française
Collection Chloé Cox / Ludovic Bruchet
Collection Guillaume Lebrun
Collection de Christine et Thérèse Lipinski
Collections Roger-Viollet, bibliothèque historique de la Ville de Paris
Collection Florent Varupenne
Conservation régionale des Monuments historiques – DRAC Hauts-de-France
Douai, musée de la Chartreuse
DRAC Île-de-France
Galerie Claude Bernard
Galerie Dominique Fiat
Gladstone Gallery
Galerie Daniel Maghen
Galerie Mor Charpentier
Galerie Perrotin
HEY! Modern Art & Pop Culture
Lille, Université de Lille, bibliothèques et learning center
Paris, bibliothèque Forney, Ville de Paris
Paris, Bibliothèque nationale de France
Paris, bibliothèque Sainte-Geneviève
Paris, Cité de l’architecture et du patrimoine – Musée des Monuments français
Paris, musée Carnavalet – Histoire de Paris
Paris, musée d’Art moderne
Paris, musée de Cluny – musée national du Moyen Âge
Paris, Musée de la Libération de Paris – musée du général Leclerc – musée Jean Moulin / Paris musées
Paris, musée des Arts décoratifs
Paris, musée du Louvre, département des Arts graphiques
Paris, musée du Louvre, département des Objets d’art
Paris, musée du Louvre, département des Peintures
Paris, musée du Louvre, département des Sculptures
Paris, musée national Eugène-Delacroix
Paris / Guernesey, Maisons de Victor Hugo
Reims, musée des Beaux-Arts
Rochechouart, musée d’Art contemporain de la Haute-Vienne – Château de Rochechouart
Saint-Omer, Bibliothèque d’agglomération, dépôt des archives départementales du Pas-de-Calais (2 2783 nos 1 et 2, plan no 57)
Saint-Omer, musée Sandelin
Sélestat, collection FRAC Alsace
Sète, musée Paul-Valéry
Strasbourg, musée des Arts Décoratifs
Strasbourg, musée Tomi Ungerer – Centre International de l’Illustration
Bedankt aan de artiesten
Sacha Cambier de Montravel
Malo Chapuy
Mélanie Courtinat
Wim Delvoye
Alison Flora
Iris van Herpen
Benjamin Lacombe
Stan Manoukian
Jill Mulleady
Anders Petersen
Agathe Pitié
Émilie Pitoiset
Paul Toupet
Floryan Varennes